‘Hebbie in de koeiestront gelege?’ vroeg Loek, toen Ruben de ziekenzaal binnenkwam.
Ruben negeerde hem en trok schone kleren aan. Hij had geen zin meer om naar de kinderafdeling te gaan. In de conversatieruimte wachtte hij tot het bezoekuur zou aanbreken. Op de televisie was de Gouden Koets te zien. Militairen, paarden, lakeien, een lachende koningin, parlementsleden, ministers, vlaggetjes, hoeden en dranghekken: het was elk jaar weer dezelfde vertoning.
‘De Gouden Koets gaat nu de hoek om,’ zei de commentator. ‘De koningin lacht en zwaait.’
Een en ander werd door de beelden bevestigd.
‘Sinds vanmorgen vijf uur staan er mensen achter de dranghekken,’ vervolgde de commentator.
‘Leve de koningin!’ zei Mike, terwijl hij de ruimte binnenkwam.
Ruben lachte en zette het toestel af. Daarna merkte hij pas dat zijn assistent iemand had meegenomen. Het was Ko, die Ruben joviaal de hand drukte.
‘Hoe gaat het ermee, ouwe rukker?’ vroeg de vertolker van Jezus.
‘Jij bent wel de laatste die ik hier had verwacht,’ zei de jongleur.
‘Je moet de groeten hebben van de hele troep,’ zei Ko. ‘We hopen dat je weer gauw mee kunt doen.’
‘Ik hoop het ook. Hoe loopt het toneelstuk?’
‘Als een trein,’ zei Mike. ‘We zijn elke avond uitverkocht.’
Ko stak een dikke sigaar op.
‘Dit succes is niet zo verwonderlijk,’ zei hij, enorme rookwolken uitblazend. ‘Je hebt de Passiespelen van Tegelen, maar voor de rest is er helemaal geen Nederlandstalige versie van de dramatische uitbeelding van het lijdensverhaal. We voorzien in een behoefte.’
‘Dit toneelstuk heeft mijn leven veranderd,’ zei Ruben. ‘Is dat bij jullie ook zo, jongens?’
‘Het is te gek om mee te maken,’ zei Mike.
‘Ik ben er nederiger door geworden,’ verklaarde Ko. ‘Deze rol heeft me gelouterd.’
‘Sinds ik bij deze productie betrokken ben,’ zei Ruben, ‘sta ik veel meer open voor het wonder van het leven. Het zou me niets verbazen als mijn teerbeminde zoontje Elmer nu plotseling voor mijn geestesoog verscheen.’
‘Wil het bezoek afscheid nemen?’ vroeg zuster Bacil, die hoestend de ruimte binnenkwam.
‘Mogen we nog even blijven zitten, zuster?’ vroeg Ko. ‘We zijn er net en deze meneer krijgt toch al zo weinig bezoek.’
‘Regels zijn regels,’ zei Bacil. ‘De bezoektijd is voorbij.’
‘Belachelijk!’ schreeuwde Ko. ‘Wie denkt u wel dat u bent? De koningin soms?’
Bacil ging met haar armen over elkaar in de deuropening staan.
‘Hier ben ìk de baas,’ zei ze.
Ko blies een rookwolk in haar gezicht. Hij gooide de koffietafel om die in het vertrek stond, en beende vloekend naar de lift.
‘Het is een acteur,’ zei Ruben tegen Bacil. ‘Hij speelt de hoofdrol in Het lijden van Jezus.’
‘Al was het de paus zelf. Hij heeft te doen wat ìk zeg!’
Nadat Mike de tafel overeind had gezet, voegden hij en Ruben zich bij Ko.
‘Wat een verschrikkelijk wijf!’ brieste deze.
‘Ik laat jullie nog even uit,’ zei Ruben. ‘Dan heb ik gelijk een loopje.’
Het drietal stapte in de lift en zoefde naar beneden. Op de derde etage kwam Onassis erbij. Het hokje was nu bijna helemaal vol, maar bood nog plaats aan Brian Epstein, die op de tweede verdieping had staan wachten. Tussen de eerste verdieping en de begane grond bleef de lift steken.
‘Jezus,’ zei Ko, ‘wat krijgen we nou?’
‘We zitten vast,’ zei Epstein, die vlak tegen Mike aan stond, glimlachend.
‘We komen te laat in Amersfoort,’ zei Ko tegen Mike.
‘Je krijgt tóch nog eerst de scène in Betlehem,’ zei de jongen geruststellend.
Ruben voelde dat Mike zijn ballen bij zich had. De aanraking ervan gaf hem hoop en deed hem vooruitzien naar zijn hernieuwde deelname aan het toneelstuk. Ko doofde zijn sigaar.
‘Waar blijven ze toch?’ zei hij met een diepe zucht.
De lift was nu doordrongen van een rook- en een transpiratielucht. Ook had er iemand een wind gelaten.
‘Ik hou het niet meer uit,’ zei Ko.
Hij begon zachtjes te huilen.
‘Een situatie als deze schept een zekere broederschap,’ zei Epstein. ‘Voelen jullie dat ook?’
‘Ja,’ zei Ruben. ‘De mensen zijn tegenwoordig steeds minder close. Ik hóu van situaties als deze. Ondanks de ellende toch verbondenheid met elkaar voelen. Dàt is leven.’
Na een kwartier werden de mannen en de jongen uit hun benarde positie bevrijd. Mike en Ko haastten zich naar een taxi. Onassis zocht een toilet op. Epstein liep naar het boeken- en tijdschrijftenstalletje, terwijl Ruben naar boven ging. Zijn been had het goed gehouden.
Nog één keer wilde Ruben een optreden geven voor de patiëntjes van de kinderafdeling. Hij sprak over zijn voornemen met de andere mannen op de zaal en met de verpleegkundigen, die het allemaal een goed idee vonden. Nadat hij zich had voorbereid, toog hij met zijn ballen in de hand naar de desbetreffende verdieping. Hoe dichter hij bij de kinderafdeling kwam, hoe meer mensen hij tegenkwam. Niet alleen lopende patiënten en verpleegkundigen bevolkten de etage, maar ook mensen met fototoestellen en videocamera’s van buiten het ziekenhuis.
Het is uitgelekt, dacht hij. Jammer. Nu is mijn optreden geen verrassing meer. Toch maar het beste ervan zien te maken.
Hij besloot voor de grap zijn gezicht te schminken als dat van een clown en het onverwacht aan de kleintjes te laten zien. Opeens zou hij met zijn ballen middenin de zaal staan! Toen hij van het toilet kwam met een vrolijke grijns op zijn smoel en met een zonnetje op een van zijn wangen, hoorde hij de kinderen al lachen. Hij hield zijn ballen paraat.
Bij de deur van de kinderafdeling was een hevig gedrang ontstaan. Ruben had nooit durven hopen dat hij zó populair was.
‘Hier ben ik, mensen,’ zei hij. ‘Mag ik er even langs?’
Hij moest zijn verzoek nog een paar keer herhalen, voordat men enigszins opzij week om hem door te laten. Even diep ademhalen, een kleine aanloop, een sprong en dan: ‘Tataaaaaa!’
Ruben stond tussen de kinderbedjes in, maar bijna niemand merkte hem op. De meeste ogen waren gericht op Michael Jackson, die het handje van een doodziek jongetje vasthield. De zanger was in het diepste geheim naar het ziekenhuis gekomen om de laatste wens van het knaapje in vervulling te doen gaan. Ruben zag dat Jackson het kind enige woordjes toefluisterde, terwijl hij werd omringd door bodyguards en drommen nieuwsgierigen, waaronder ook de stille zich bevond.
Ruben stak zijn ballen weer bij zich en keerde terug naar de lift. Hier kon hij niet tegenop.
Nog diezelfde week werd hij ontslagen uit het ziekenhuis en kon hij zich weer aansluiten bij het toneelgezelschap.
EINDE DEEL 1 VAN ‘DE SMETTELOZE REIZIGERS’